Happy hosta

Het is met de Hosta (hartlelie) al net zo als met theesoorten in de supermarkt: er is té veel keus.
Vroeger was het zo eenvoudig. Er was een blauwgroene, een geelgroene en soms kon je ook nog een groene met een wit randje krijgen. Toen ontdekten de kwekers, zo rond 1970, dat deze planten het erg goed deden in een pot en bovendien door het mooie blad langere tijd verkoopbaar waren. Dat was het begin van een ware invasie van deze hartlelie’s in allerlei varianten.
Nu staan er in Trompenburg tuinen meer dan 700 verschillende, alfabetisch gerangschikt in de “Hostalaan”. Van Z tot A, vanuit het bezoekerscentrum bekeken, met fascinerende namen als ‘Striptease’, ‘Pandora’s Box’(een mini hosta) en ‘Great Expectations’. Ze staan onder loofbomen in een met houtsnippers bedekte bodem. Voordeel van het eerste is dat er meer schaduw is naarmate de zon feller wordt en het laatste zorgt dat vocht in de grond wordt vast gehouden. Zo heeft onze hosta het in het algemeen het liefst: halfschaduw en redelijk voedzame, humeuze grond met voldoende bodemvocht. Helaas voelen zijn grootste fans, de slakken, zich daar ook thuis. Zij zien de hosta uitsluitend als feestmaal voor henzelf en hun nageslacht. In de natuur of in een ideale tuin zouden er voldoende natuurlijke vijanden zoals vogels , egels, muizen en zelfs loopkevers moeten zijn om een bepaald quotum van de slijmerds op te kunnen peuzelen. Helaas hebben de meeste gewone stervelingen niet zo`n tuin. En tot overmaat van ramp sluipt er altijd wel ergens een kat rond die ontmoedigend werkt op vogels die even de tijd willen nemen om een slakje te kraken. Je zou de kat de deur uit moeten doen en een parelhoen aanschaffen, om maar eens iets te noemen.
Maar wat kan de gemiddelde tuinbezitter nu serieus doen om zijn hosta’s heel te houden?
Er is de nogal deprimerende, nachtelijke slakkenjacht, gewapend met een zaklantaren en een barbecuetang om de slijmerds op te pakken. Het is wel de meest directe methode maar werkt vanwege de enorme aantallen die je aantreft tamelijk demotiverend.
Op microniveau zijn er ook mogelijkheden, te weten: aaltjes! Producten tegen slakken die aaltjes bevatten beginnen vaak met de naam Nema- (van nematoden). Je moet het middel oplossen in water en dan uitgieten. Gegarandeerd 6 weken geen slakken meer.
Een ander milieuvriendelijk middel is ferrifosfaat , een stof die uit ijzer en fosfaat bestaat en waar de arme slak niet tegen kan maar andere, meer geliefde beesten wél. Diverse merken zijn te koop (in het tuincentrum) die deze stof bevatten. Gebruik dus liever geen middelen meer die metaldehyde bevatten omdat dat wel schadelijk is. Er zijn verder nog hoopgevende berichten over knoflookextracten en cafeïne bevattende middelen. Restantje koffie uitgieten bij de hosta is dan een verantwoorde actie en een goed excuus als je, op visite in een tuin, de koffie niet lekker vindt. Wil je één bepaalde plant heel graag beschermen dan kan je ook nog over wegen om hem een koperen band te geven (voor zijn verjaardag?). Koper bezorgt de slak een elektrisch schokje, net genoeg om hem rechtsomkeert te laten maken. Hierop is handig ingespeeld door de handel met de verkoop van koperen ringen en kopertape of band om op potten te plakken. Zorg dan wel dat je zeker weet dat er niet al slakken of eitjes in de pot aanwezig zijn. Het is geen prettig idee om hen opgesloten te houden in dezelfde pot als waar je lievelingsplant in staat. Er zijn gelukkig ook hosta`s die ongenaakbaar blijven zoals Hosta ‘Blue Angel’ Dat komt omdat het blad zó dik en stevig is dat het voor een slak niet te doen is. Van deze engel zijn ook mooie nakomelingen met natuurlijk namen als: ‘Guardian Angel’ en, uiteraard ‘Fallen Angel’. Er zijn wel meer hosta`s die “slugproof” zijn. Er is er zelfs één die zo heet.
Hiermee hoop ik één van de meest gestelde vragen in Trompenburg (en ook, naar het schijnt in andere openbare tuinen) voor enige tijd te hebben beantwoord.